Voor leerkrachten in het secundair onderwijs die leerlingen met gehoorverlies begeleiden, vormen communicatie en klasakoestiek cruciale aandachtspunten. Terwijl akoestiek in het lager onderwijs al een uitdaging kan zijn, wordt dit probleem in het middelbaar onderwijs versterkt door het frequent wisselen van lokalen. Leerlingen komen hierdoor telkens in een nieuwe geluidsomgeving terecht, wat het spraakverstaan bemoeilijkt – vooral voor wie afhankelijk is van hoortoestellen of cochleaire implantaten.
Deze wisselende akoestische omstandigheden, gecombineerd met achtergrondlawaai en een vaak een minder gunstige nagalmtijd, onderstrepen het belang van bewustzijn en aanpassingen. Een optimale akoestiek is geen luxe, maar een noodzaak voor toegankelijk onderwijs.
Algemene uitdagingen
Daarnaast is gehoorverlies onzichtbaar en is de groep van leerlingen met een auditieve beperking zeer heterogeen. Ondanks deze heterogeniteit zijn de uitdagingen in de klaspraktijk gelijkaardig:
- Individuele behoeften per leerling: Elke slechthorende leerling is uniek. Iedereen gaat op een andere manier om met het gehoorverlies, wat leidt tot uiteenlopende noden. Het is voor leerkrachten en ondersteuners een uitdaging om op deze diverse behoeften in te spelen. Zo kan de ene leerling bijvoorbeeld gebruikmaken van spraakafzien en daarom vooraan in de klas plaatsnemen, terwijl een andere leerling ervoor kiest het gehoorverlies niet zichtbaar te maken en liever tussen de overige leerlingen plaatsneemt.
- Vermoeidheid: Leerlingen met gehoorverlies ervaren vaak luistervermoeidheid – een specifieke vorm van uitputting die ontstaat door voortdurende inspanning om spraak te volgen, vooral in minder optimale luisteromstandigheden (zoals rumoerige klassen of ruimtes met nagalm). Zonder adequate hulpmiddelen (zoals hoortoestellen, FM-systemen of akoestische aanpassingen) moeten zij dubbele inspanning leveren. Niet alleen het luisteren op zich, maar ook het compenseren van wat niet gehoord wordt, vraagt energie.
- Miscommunicatie: Zelfs met optimaal afgestelde hoortoestellen of cochleaire implantaten blijven leerlingen met gehoorverlies vaak moeite hebben met het onderscheiden van subtiele klankverschillen, met name bij medeklinkers zoals /p/ vs. /b/ en /s/ vs. /f/. Deze cruciale spraakklanken dragen essentiële informatie, en wanneer deze niet duidelijk worden waargenomen, kan dit leiden tot misverstanden en extra cognitieve belasting.
Specifieke uitdagingen secundair onderwijs
Daarnaast zijn de omstandigheden waarin deze problemen voorkomen vaak wisselend in het middelbaar onderwijs. Hieronder worden specifieke uitdagingen in het secundair onderwijs beschreven:
- Wisselende lokalen: Elk lokaal heeft een andere akoestiek (bijvoorbeeld; een rumoerige werkplaats versus een stille studiezaal).
- Verschillende vakken: Sommige vakken vereisen meer groepsgesprekken (bijvoorbeeld; vreemde talen), terwijl andere meer gericht zijn op individueel werk (bijvoorbeeld; wiskunde). Daarnaast is de luisterinspanning anders bij elk vak. Dit gaat vaak gepaard met de voorkeur van de leerling.
- Verschillende docenten: Elke leerkracht spreekt anders (snelheid, volume, articulatie, klankkleur), wat aanpassing moeilijk maakt.
- Achtergrondlawaai: Geroezemoes van medeleerlingen, geluiden uit de gang, projectoren of computers, geluiden van buitenaf wanneer er een raam openstaat, kunnen het spraakverstaan en de communicatie verhinderen.
- Diverse lesvormen: Groepswerk, practica of discussies zijn lastiger te volgen dan een klassieke docerende werkvorm waarbij de leerkracht spreekt en de leerlingen moeten luisteren.
De efficiëntie van de communicatie is niet louter afhankelijk van het achtergrondlawaai of de klasakoestiek. Met enkele gerichte aanpassingen in de lesaanpak kan je als leerkracht de instructie beter toegankelijk maken voor leerlingen met gehoorverlies.
Wist je dat het belangrijk is om niet per se luider te spreken, maar vooral trager, duidelijker en met goede articulatie. Kleine veranderingen in spreekstijl en klasorganisatie maken reeds een groot verschil.
Conclusie
Gehoorverlies in het secundair onderwijs leidt tot een complex geheel van uitdagingen. Dit varieert van technische belemmeringen (akoestiek, apparatuur) tot uitdagingen bij het gebruik van verschillende werkvormen en sociale obstakels voor de leerlingen zelf. Deze moeilijkheden worden versterkt door de wisselende structuur waarbij leerlingen verschillende leerkrachten ontmoeten in verschillende lokalen met telkens een andere akoestiek. Ben je benieuwd naar hoe je deze uitdagingen kan aanpakken en je communicatie kan verbeteren? Neem dan hier een kijkje.