Uitdagingen op vlak van taalontwikkeling

a)      Uitdagingen in taalbegrip en –productie

Leerlingen met gehoorverlies ervaren vaak specifieke moeilijkheden op twee domeinen van taalontwikkeling:

  • Taalbegrip: figuurlijk taalgebruik en complexe talige boodschappen vereisen meer verwerkingstijd.
  • Beperkingen in de taalproductie resulteren in een minder ontwikkelde gesproken en geschreven taal. De beperkte toegang tot gesproken taal zal de schriftelijke productie rechtstreeks gaan beïnvloeden.

De combinatie van moeilijkheden bij taalbegrip en –productie, leidt tot verminderde participatie tijdens de lessen en moeilijkheden met complexe woordenschat, grammatica en zinsbouw. Extra ondersteuning bij vakken waarbij er een taalbeleid is, is dus aangewezen.

b)      Uitdagingen bij vreemde talen

Het leren van een taal kan een extra moeilijkheid met zich meebrengen voor slechthorende leerlingen. Dat geldt voor de moedertaal, maar ook voor een vreemde taal, zowel het begrijpen als spreken.

9411491

Moeilijkheden bij vreemde talen zijn: 

  • Gebruik van andere klanken: Ze klinken niet alleen anders, maar zien er ook anders uit.
    • Bijvoorbeeld: iemand die Frans praat, toont een mondbeeld dat verschilt van het mondbeeld van iemand die Nederlands spreekt. Dat maakt het spraakafzien*
    • Bijvoorbeeld: Een Franstalig persoon zal een /e/- klank anders uiten dan een Nederlandstalig persoon.
  • Luisteroefeningen/ luistertoetsen: Deze opdrachten kunnen een uitdaging vormen, wanneer je gehoorproblemen hebt.
    • De geluidskwaliteit van de apparatuur is vaak niet optimaal. Hierdoor kunnen klinkers, medeklinkers vervormd zijn.
    • Geen visuele ondersteuning (zoals mondbeeld en mimiek): Hierdoor moeten kinderen met gehoorverlies een extra luisterinspanning verrichten en kunnen ze zich niet ondersteunen door gebruik te maken van spraakafzien*.

Extra ondersteuning en oefentijd bij het leren begrijpen en spreken van vreemde talen zal noodzakelijk zijn bij leerlingen met gehoorverlies.

*Spraakafzien (in de volksmond ‘liplezen’ genoemd) is het aflezen van klanken van iemands mond gecombineerd met informatie uit non-verbale informatie zoals gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal. Spraakafzien wordt door slechthorenden gebruikt om de hoorbare informatie die ze missen aan te vullen.

c)       Impact op het leerproces

Op de middelbare school wordt nieuwe leerstof aan een hoger tempo gegeven dan in de lagere school. Daarnaast worden er bij elk vak nieuwe (abstracte) begrippen geleerd. Doordat taalverwerking bij hen meer tijd en energie vraagt, ontstaan er knelpunten bij het verwerken van grote hoeveelheden leerstof en de voorbereiding op examens.

Het is belangrijk te begrijpen dat deze moeilijkheden voortkomen uit de wisselwerking tussen gehoorverlies en taalverwerking, niet uit een gebrek aan intelligentie of motivatie. De vertraging in informatieopname en de extra cognitieve belasting verklaren waarom deze leerlingen vaak meer tijd en ondersteuning nodig hebben om dezelfde leerstof te verwerken als hun goedhorende klasgenoten.

Het is belangrijk om te beseffen dat dit niet alleen geldt voor de taalvakken, maar ook voor vakken zoals wiskunde, biologie, aardrijkskunde, geschiedenis… waar taal ook een belangrijke rol speelt in het begrip van de leerinhouden.