Een audiogram geeft het resultaat weer van een gehoortest. Het toont hoe luid geluiden moeten zijn voor het kind deze kan horen (bij
verschillende frequenties/toonhoogtes). De zachtste geluiden die het kind kan horen, worden drempels genoemd. De audioloog bepaalt door middel van het audiogram of er een gehoorverlies aanwezig is. Het geeft o.a. informatie over de aard en de ernst van het gehoorverlies.
Tijdens de gehoortest worden meestal de frequenties van 125hz tot 8000Hz getest. Deze worden getoond op de horizontale as van het audiogram. De luidheid van de geluiden wordt afgelezen in decibels (dBHL) op de verticale as van het audiogram. Deze gaan ongeveer van -10dB (heel stil) tot 120dB (heel luid).
De audioloog test het gehoor van een kind in een cabine. Via de koptelefoon worden aan elk oor verschillende tonen aangeboden. De zachtste toon die het kind kan horen (=de drempel) wordt bepaald voor elke frequentie. Dit wordt genoteerd op het audiogram.
Voorbeeld
Het zachtste geluid dat het kind kon horen voor de frequentie 1000Hz was 60dBHL. De audioloog noteert dit punt op het audiogram. Geluiden stiller dan 60dBHL worden voor deze frequentie niet meer waargenomen. Geluiden luider dan 60dBHL worden wel waargenomen.
De audioloog verkrijgt 4 belangrijke gegevens aan de hand van het audiogram:
(1) De aard van het gehoorverlies – Dit zegt ons iets meer over waar het probleem ligt in het oor.
(2) De ernst van het gehoorverlies
(3) De vorm van het audiogram – Dit vertelt ons iets over het gehoorverlies over de verschillende frequenties
(4) De symmetrie van het gehoorverlies – Door het audiogram van het linker- en rechteroor te vergelijken, krijgen we een beeld over hoe zwaar het gehoorverlies is in beide oren en of er al dan niet een (a)symmetrie is.
Een audiogram is slechts een onderdeel van het audiologisch onderzoek. Er worden ook andere testen afgenomen om een volledig beeld te krijgen van het gehoor van het kind.
Symbolen
De drempel (= de toon die je net kan horen), wordt op het audiogram getekend. De symbolen geven aan of de geluiden werden aangeboden via koptelefoon of via beengeleider (= een kleine triller achter het oor van het kind).
Hoe beter het kind hoort, hoe hoger de drempel op de grafiek ligt. We spreken van een normaal gehoor tot en met 20dBHL. Vanaf 20dBHL is er gehoorverlies aanwezig.
Hieronder zijn enkele voorbeelden gegeven:
- Een normaal gehoor aan het rechter- en linkeroor
- Een ernstig gehoorverlies aan het rechter- en linkeroor
Normaal gehoor
Ernstig gehoorverlies
Het audiogram geeft een beeld over de ernst van het gehoorverlies:
- 0 – 20dBHL: normaal gehoor
- 21 – 40dBHL: licht gehoorverlies
- 41dBHL – 70dBHL: matig gehoorverlies
- 71dBHL – 90dBHL: ernstig gehoorverlies
- 91dBHL – 120dBHL: zeer ernstig gehoorverlies (doofheid)
- >120dBHL: Totaal gehoorverlies
Hoormoeilijkheden per graad van gehoorverlies
Normaal gehoor: Geen moeite met horen.
Licht gehoorverlies: Moeite met het horen en/of verstaan van zachte spraak en fluisterspraak, van spraak op grotere afstand en spraak in een rumoerige omgeving.
Matig gehoorverlies: Moeite met het horen en/of verstaan van normale spraak. Ook via een telefoon op korte afstand in een rustige omgeving.
Ernstig gehoorverlies: Moeite met het verstaan van luide spraak, het horen van sirenes en geluiden zoals het dichtslaan van een deur.
Zeer ernstig gehoorverlies: Moeite met het horen van het geluid van een motor of werkgereedschap. Enkel spraakverstaan mogelijk door liplezen.
Totaal gehoorverlies: Geen spraakverstaan mogelijk
- Tools For Schools
- Hearing First Familiar Sounds
- Katholiek Onderwijs Vlaanderen