Tips voor de leerkracht

Hieronder vind je enkele tips die je tijdens het lesgeven en bij het communiceren met het kind met gehoorverlies kan toepassen.

ALGEMENE TIPS
  • Praat met je leerling over het gehoorverlies! Hij/zij weet uiteindelijk het beste waarmee hij/zij moeite heeft of wat het beste kan helpen om de communicatie te verbeteren.
  • Het gehoorverlies is niet het allerbelangrijkste bij de leerling!
  • Ondersteun de verbale boodschap met mimiek en visueel materiaal. Dit kunnen gebaren, prenten, foto’s… zijn. Dit geeft het kind meer context indien hij/zij de boodschap niet goed heeft verstaan. Schrijf bijvoorbeeld het huiswerk en toetsen die in de agenda moeten staan, op het bord.
  • Spreek rustig en duidelijk, maar niet overdreven. Een goede articulatie en intonatie, een rustig spreektempo en normale luidheid zijn beter voor een slechthorend kind in plaats van overdreven mondbewegingen en een extra luide stemgeving.
  • Ga geregeld na of de leerling de opdracht/boodschap heeft begrepen en geef indien nodig nog extra informatie. Spreek met de leerling af hoe je dit kan nagaan, want niet alle kinderen met gehoorverlies vinden het fijn om een uitzonderingspositie te hebben.
  • Zorg ervoor dat iedereen tijdens je uitleg stil is. Zo kan de leerling de boodschap beter verstaan. Licht ook even kort het onderwerp toe voor de start van een filmpje, uitleg, discussie… Laat de leerling weten wanneer het onderwerp verandert.
  • Vraag even de aandacht van de leerling met gehoorverlies voordat je iets vertelt. Dit kan door bijvoorbeeld een gebaar naar hem/haar te doen of een schoudertikje te geven.
  • Spreek zo weinig mogelijk wanneer je met jouw rug naar de klas gericht staat, bijvoorbeeld praten terwijl je op het bord schrijft.
  • Plaats het beste oor van het kind in de richting van de geluidsbron. Deze geluidsbron kan de leerkracht zijn, maar ook bijvoorbeeld de klasgenoten tijdens een groepswerk.
  • Vat de boodschap van een klasgenoot samen of herhaal deze als je merkt dat de leerling met gehoorverlies de boodschap niet begrepen of gehoord heeft.
  • Je kan de aandacht van het kind op de sprekende klasgenoot richten door naar de spreker te wijzen of zijn/haar naam te noemen.
  • Kinderen met gehoorverlies missen soms opmerkingen die tussendoor door leerlingen of leerkrachten gegeven worden. Het kan dan goed zijn om als leerkracht in te gaan waarom er rumoer ontstond of gelachen werd in de klas.
  • Eet geen kauwgom of muntje tijdens het lesgeven. Dit verandert namelijk de manier waarop je woorden vormt en kan ervoor zorgen dat het visueel en auditief moeilijk wordt om de boodschap te verstaan.
  • Geef op voorhand al de hand-outs aan de leerling met gehoorverlies. Zo heeft de leerling iets meer context tijdens de les. Kinderen met gehoorverlies die liplezen, kunnen bovendien moeilijk naar de lippen kijken en schrijven tegelijk. Wanneer je de hand-outs op voorhand geeft, kan de leerling zich beter voorbereiden. 
  • Zorg voor ondertitels wanneer je een fragment/filmpje toont.
  • Maak gebruik van soloapparatuur. Dit zorgt ervoor dat de boodschap zonder omgevingsgeluid bij de leerling terechtkomt. Wil je meer lezen over soloapparatuur? Neem dan hier een kijkje.
  • Leg de klasgenoten uit wat gehoorverlies is en hoe ze daar het best mee kunnen omgaan. Meer lezen over hoe je klasgenoten kan betrekken bij het gehoorverlies van hun vriend(in)? Neem een kijkje bij tips voor klasgenoten
TIP 1

Klik hier om posters te vinden die je in jouw klaslokaal kan ophangen!

TIP 2

Er bestaat een vragenlijst, namelijk de E-HAK NL, die nagaat hoe goed jouw leerling met gehoorverlies jou op school verstaat. Laat de leerling deze vragenlijst invullen, bekijk de antwoorden en ga na wat er tijdens de lessen kan verbeteren. Bespreek eventueel de resultaten met een audioloog of ondersteuner zodat jullie samen naar verbeteringen kunnen zoeken.

TIPS VOOR SCHOOLVAKKEN

Hieronder vind je enkele tips om je leerling tijdens bepaalde lessen te begeleiden.

TIP

Een ondersteuner kan ook tijdens de lessen ingeschakeld worden. Hij/zij kan aanwezig zijn wanneer het kind het bijvoorbeeld met bepaalde leerstof moeilijk heeft.

    SPELLING/WOORDENSCHAT:

  • Een invuldictee helpt de leerling om zich meer te focussen op de woorden die ontbreken in plaats van te moeten focussen op de hele tekst. Wanneer er al zinnen staan, kan de leerling ook meer gebruik maken van de context die de zinnen aanbieden. De ondersteuner kan bijvoorbeeld ook de leerling uit de klas nemen om in een omgeving met betere luisteromstandigheden een toets of dictee af te nemen.
  • Wanneer je spellingregels aanleert, visualiseer deze dan ook zoveel mogelijk. Deel de regel in verschillende stappen op en geef de leerling bijvoorbeeld een kaartje met de verschillende stappen.
  • Geef wat extra aandacht aan abstracte begrippen en figuurlijke taal. Door de beperkte woordenschat die leerlingen met gehoorverlies vaak hebben, ervaren ze hier meer moeite mee. Het zijn woorden die tevens ook moeilijk te visualiseren zijn.

BEGRIJPEND LEZEN:

  • Het begrijpen van een bepaalde opdracht/opgave kan voor de leerling moeilijk zijn. Het is mogelijk dat hij/zij de opdracht verkeerd heeft begrepen, maar de leerstof wel goed beheerst. Ga daarom geregeld eens kijken of hij/zij de opdracht tijdens een taak of toets goed uitvoert.
  • Geef een tekst die later voor een oefening wordt gebruikt, de dag ervoor met de leerling mee zodat hij/zij deze tekst thuis al eens kan lezen. De leerling kan de tekst eventueel als eens met de ondersteuner of zijn/haar logopedist overlopen.

AANLEREN FRANS:

Een nieuwe taal aanleren is voor kinderen met gehoorverlies moeilijk. Een nieuwe taal betekent nieuwe klanken, nieuwe auditieve patronen, nieuwe woorden… Om het leren van Frans makkelijker te maken, kan je enkele tips toepassen.

  • Geef algemene uitspraaktips van het Frans aan de leerling mee.
  • Schrijf woorden ook fonetisch (hoe je het hoort) op zodat de leerling goed weet hoe je de woorden correct uitspreekt.
  • Visualiseer veel informatie. Kinderen met gehoorverlies zijn visueel sterk. Het visualiseren van informatie kan helpen om bijvoorbeeld bepaalde woordenschat aan te leren.
  • Raadpleeg een ondersteuner, logopedist, audioloog… wanneer je het Frans aanleert. Zij kunnen je helpen om de taal aan te leren. Indien de leerling een logopedist heeft, kan hij/zij met hem/haar tijdens de therapie oefenen.
TIPS VOOR TOETSEN
  • Ga na of de leerling nood heeft aan extra tijd tijdens een toets.
  • Schrijf belangrijke data van toetsen en taken duidelijk op. Zo mist de leerling geen informatie.
  • De leerling heeft tijd nodig om de leerstof te verwerken. Het is moeilijk voor kinderen met gehoorverlies om alles onmiddellijk te begrijpen. Daarom is het aan te raden om op het einde van de les geen toets te geven over de leerstof die net is behandeld.
  • Luistertoetsen kunnen voor het kind mogelijks erg moeilijk zijn. Je kan in overleg met de school, de ouders… op zoek gaan naar andere oplossingen. Live gesproken luistertoetsen zijn voor de leerling met gehoorverlies makkelijker dan luistertoetsen met een opname. Dit met de reden dat de leerling het mondbeeld van de leerkracht nog kan zien wanneer de luistertoets live plaatsvindt.
  • Wanneer het kind mindere punten haalt, ga dan hierover met de leerling in gesprek. Achterhaal de oorzaak en probeer deze waar mogelijk aan te pakken. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de leerling geen rust op de speelplaats kon vinden en dat hij/zij zich tijdens de toets niet goed kon concentreren.
  • Wanneer de leerling een beperkte woordenschat heeft, kan je de leerling tijdens een test gebruik laten maken van een woordenboek. Bespreek deze mogelijkheid met de leerling, de ouders en de school. Zorg dat de leerling zo’n regeling in elke les kan gebruiken.
 
TIPS TIJDENS DE SPORTLES
  • De meeste CI’s en hoortoestellen zijn niet waterdicht. Er bestaan herbruikbare waterdichte hoesjes met een plakstrip voor cochleaire implantaten zodat CI-gebruikers kunnen zwemmen en douchen. Deze hoesjes bestaan voor single units en achter-het-oorprocessoren.

Indien de leerling geen waterdicht hoesje heeft, moet hij/zij het uitwendig deel van de CI of het hoortoestel tijdens het zwemmen uitdoen. Zorg er dan voor dat het kind het gezicht van de leerkracht goed zien zodat de leerling eventueel kan liplezen.

Laat de leerling eerst naar de leerkracht en andere klasgenoten kijken zodat hij/zij een goed voorbeeld heeft. Geef eerst uitleg wanneer de leerling het hoortoestel/CI nog draagt zodat de leerling zo veel mogelijk informatie en context meekrijgt.

  • Bij sporten met direct contact, bijvoorbeeld rugby en hockey, wordt aangeraden om de uitwendige delen te verwijderen én een helm te dragen om het inwendige gedeelte bij een CI te beschermen. Ook bij kinderen met een hoortoestel wordt aangeraden om deze te verwijderen om te vermijden dat deze kapot gaat.
  • Overleg goed met jouw leerling wanneer er wel/geen CI/ hoortoestel wordt gedragen en ga na hoe de leerling zich daarbij voelt.
  • Raadpleeg een audioloog of specialist indien je specifieke vragen over het gebruik van een hoorhulpmiddel tijdens het sporten hebt.
BRONNEN
  • Antwerpen plus. (z.j.). Een dove of slechthorende leerling in de klas [informatiebrochure]. Geraadpleegd op 16 april 2021 via https://kleutergewijs.files.wordpress.com/2018/03/leestips_antwerpen-plus-infobrochure.pd
  • Ferris State university. (z.d.). Teaching Strategies for Hearing Impaired Students – Disabilities Services – Retention and Student Success – Ferris State University. Ferris. Geraadpleegd op 3 maart 2021, van https://www.ferris.edu/RSS/disability/faculty-staff/classroom-issues/hearing/hearing-strategy.htm
  • Med El. (z.d.). WaterWear – Waterdicht hoesje voor audioprocessors. Geraadpleegd op 15 maart 2021, van https://www.medel.com/nl/hearing-solutions/accessories/waterwear
  • mumc. (z.d.). Wat leerkrachten moeten weten over leerlingen met gehoorverlies | Informatiefolders. Geraadpleegd op 2 maart 2021, van https://info.mumc.nl/pub-308#index-6414
  • Rillaerts, K. (2018, 18 september). Als je oortjes stuk zijn. . .. Kleutergewijs. https://kleutergewijs.wordpress.com/2018/03/18/als-je-oortjes-stuk-zijn/
  • van Lonkhuyzen, A. (Red.). (2018). Een doof of slechthorend kind in de groep: inspirerende verhalen van leraren en andere begeleiders. Houten: FODOK.