Spraak- en taalontwikkeling (kleuters)

Kinderen met een gehoorverlies lopen extra risico op het ontwikkelen van een achterstand op vlak van spraak en taal.

INVLOED VAN GEHOORVERLIES OP DE SPRAAKONTWIKKELING

Omdat het gehoor aan de spraak gelinkt is, hebben kinderen met gehoorverlies een groter risico op spraakproblemen. Elk gehoorverlies, hoe minimaal ook, heeft een negatieve impact op de spraakontwikkeling van kinderen omdat het gehoor samenhangt met de spraak. Vanaf de leeftijd van 6 maanden gaat het horen de spraak sturen (= audiolinguale feedback). Dit zorgt ervoor dat het kind zichzelf kan horen en zijn eigen spraak kan vergelijken met zijn omgeving.

Kinderen met gehoorverlies nemen sommige klanken niet of foutief op, waardoor ze fonologische fouten beginnen te maken. Deze foute opname zorgt bijgevolg voor het maken van articulatiefouten op latere leeftijd, zoals het vervangen van /s/ door /sj/ of /m/-/n/verwarring.

'What they hear is what they say'

Het is echter ook belangrijk om te weten dat ook goedhorende kinderen in hun kleuterjaren veel articulatiefouten maken, omdat dit deel uitmaakt van de normale spraakontwikkeling. Het maken van articulatiefouten wijst dus niet altijd op een gehoorprobleem.

INVLOED VAN GEHOORVERLIES OP DE TAALONTWIKKELING

De taalproblemen die kunnen ontstaan, situeren zich op verschillende taaldomeinen.

(1) Een kind met gehoorverlies hoort minder woorden én hoort deze woorden minder vaak (vb. omdat ze op afstand worden aangeboden). Hierdoor bezit het kind een beperktere woordenschat ten opzichte van goedhorende kinderen. Hij begrijpt en gebruikt minder woorden. Vooral abstracte woordenschat is moeilijk, aangezien dit vooral in context (en dus incidenteel) wordt geleerd.

Denk aan: verwijswoorden, voorzetsels, voornaamwoorden, …

(2) Op vlak van morfologie (vormleer), merken we dat kinderen met gehoorverlies bepaalde klanken of uitgangen minder goed horen waardoor ze die ook niet of foutief zullen gebruiken.

Denk aan: akoestisch gelijkende klanken: hem – hen / minder hoorbare klanken: meervouden op -s

(3) Kinderen met gehoorverlies gebruiken minder vaak lange en complexe zinnen. Ze hebben ook zwakke vertelvaardigheden en dus meer problemen om een verhaal te vertellen in goede Nederlandse taal. Problemen op vlak van taalgebruik zijn te wijten aan een achterstand op vlak van Theory of Mind en algemeen minder blootstelling aan sociale, communicatieve situaties.