Alle kinderen met gehoorverlies lopen een groter risico om een taalachterstand te ontwikkelen. Zij kunnen enkel optimaal taal horen wanneer ze hun hoortechnologie gebruiken en de spraak voldoende horen. Horen op afstand en horen in lawaai blijft, ondanks optimale technologie, heel moeilijk. Dit zorgt bijgevolg voor een beperktere taalinput ten opzichte van goedhorende kinderen. Om deze beperkte taalinput te compenseren, is het noodzakelijk de wel gehoorde taalinput te optimaliseren.
De begeleiding en therapie bij kinderen met gehoorverlies hebben hoofdzakelijk als doel de ouders, leerkrachten en/of andere zorgverleners te coachen om het kind dagelijks een kwantitatief en kwalitatief hoogstaand taalaanbod te bieden. De omgeving van een kind die hem voorziet van een rijk auditief taalaanbod, is een sterk resultaatbevorderende factor.
Er bestaat een duidelijke link tussen het consistente gebruik van hoortechnologie, een optimaal taalaanbod en de ontwikkeling van de auditieve cortex van het kind met het oog op een volwaardige taal- en spraakontwikkeling.
Onderzoek toonde aan dat het aantal beurtwissels/interacties (waar het kind actief aan deelneemt) tussen volwassene en kind de kwaliteit van de taalinput bepaalt.
Er zijn concrete strategieën die aangereikt kunnen worden om de taalinput te optimaliseren:
- meer open vragen stellen in interactie met een kind
- praten over alles wat er rondom het kind gebeurt
- de uitingen van een kind meer uitbreiden en vervolledigen
- veel verhalen/boekjes voorlezen
- …
De Raeve, L. (z.j.). Stimulatie van de vroege taalontwikkeling.
De Smit, M., Franceus, J., Kerkhofs, K., & Vandaele, B. (2021). Gehoorverlies bij kinderen: handboek voor audiologen en logopedisten. Leuven: Acco.
Kleine kinderen, Grote kansen (z.j.). Kwaliteitsvolle interacties.
van Alphen, P., Meester, M., & Dirks, E. (2017). LENA: een nieuwe tool om het taalaanbod thuis bij peuters met TOS in kaart te brengen. VHZ.