Het kind krijgt ontzettend veel mogelijkheden met een CI, maar een CI blijft slechts een technologisch hulpmiddel...
Een cochleair implantaat (CI) bestaat uit een inwendig en een uitwendig deel:
A. Uitwendig deel:
- Een microfoon
- Een spraakprocessor (met batterij)
- Een uitwendige spoel
B. Inwendig deel:
- Een inwendige spoel
- Een elektrodenbundel
De microfoon vangt geluiden op uit de omgeving en de processor zet die geluiden om in digitale signalen. De processor zendt deze signalen naar de uitwendige spoel die op zijn beurt het elektromagnetisch signaal naar het inwendig deel stuurt. Via de stimulator in de inwendige spoel wordt het elektrisch signaal naar de elektrodecontactpunten gebracht in het slakkenhuis. De elektrodes sturen het signaal rechtstreeks naar de gehoorzenuw en zo naar de hersenen waar het geluid geïnterpreteerd wordt.
Cochlear
De kleuter met gehoorverlies zal beter kunnen horen met CI, maar hij blijft nog steeds een kind met een auditieve beperking. Vele kinderen met een CI blijven gebruik maken van contextinformatie, non-verbaal gedrag en visuele cues om spraak te kunnen verstaan. Het gehoorverlies kan dus nog steeds een negatieve invloed hebben op hun ontwikkeling.
- Single unit
Deze spraakprocessor wordt op het hoofd van het kind geplaatst. Alle uitwendige onderdelen zitten bij een single unit in één toestel. Doordat de spraakprocessor off-the-ear wordt gedragen, valt het toestel minder op.
2. Achter-het-oorprocessor
Dit type spraakprocessor wordt achter het oor gedragen. Het lijkt op een conventioneel hoortoestel, maar het bevat ook een kabeltje die naar de uitwendige spoel leidt.
Wanneer een kind 2 CI’s draagt, betekent dit dat er sprake is van een bilateraal ernstig gehoorverlies. Het gaat dus om een gehoorverlies aan beide oren. Door het dragen van 2 CI’s, is de kans groter dat het kind kan genieten van de voordelen van binauraal horen. Concreet betekent dit:
– Het kind neemt geluiden luider waar, wanneer ze met beide oren worden gehoord. Dit biedt een voordeel wanneer het kind stille spraak of spraak of afstand moet verstaan;
– Het kind kan beter lokaliseren en weet dus wie er spreekt of waar de geluidsbron zich bevindt;
– Het kind kan beter spraak verstaan in lawaai. De hersenen kunnen spraak- en ruissignalen tussen beide oren vergelijken en de storende ruis wegfilteren.
Een grote beïnvloedende factor voor binauraliteit is de tijd tussen de plaatsing van de 2 CI’s. Hoe korter de tijd, hoe beter en hoe groter de kans op binaurale voordelen.
Een CI is een fantastisch staaltje technologie en het kan stille spraak hoorbaar maken voor kinderen met een (zeer) ernstig gehoorverlies. Het blijft echter belangrijk om voldoende bewust te zijn van de technologische beperkingen. De microfoon kan bijvoorbeeld slechts spraak opnemen tot op 1,5m afstand. In een klas kan het dus zinvol zijn om solo-apparatuur te dragen.
Goedhorende kinderen hebben 24u op 24u auditieve input. Kinderen met gehoorverlies krijgen enkel auditieve input als ze het CI dragen. Consistent gebruik maken de technologie is dus zeer belangrijk om het kind optimaal toegang te geven tot taal en bijgevolg ook alle leerkansen te bieden.